UIL WOONT IN DE TUIN
“Paul is net in een huis met een tuin komen wonen. De hele nacht heeft hij: ‘Oehoe’ gehoord. Dat geluid kwam uit de tuin. Paul gaat de tuin in. De tuin is best groot. Er is veel gras, heel veel. En er staat een grote boom…

achterin de tuin. En struiken. Op zijn knieën kruipt Paul de tuin door. Hij hoort nu helemaal niets. Of wacht. Hij hoort toch wat… in de struiken hoort hij geritsel. Paul kruipt er heen. Nu zag Paul iets bewegen. ‘Ik woon hier , ik woon hier…’ Wat raar, denkt Paul. Wie zegt dat nou? Paul loopt naar de boom. Hij ziet eerst niets en dan ineens  rent een klein beest langs zijn voeten. Het rent steeds rondjes om de boom. Zo snel, dat Paul niet goed ziet wat het is. Het heeft twee poten en vleugels. Het is een vogel. Maar het is geen mus en ook geen kraai…”

Dit is het begin van het prentenboek Paul en Uil, tien herkenbare verhaaltjes over Paul die vrienden wordt met de Uil die in de tuin woont.

Paul en Uil